Diensten‎ > ‎Velonomics‎ > ‎

Velonomics voor Bedrijven

Kort

  • Lage mobiliteitskosten voor professioneel én privégebruik.
    • lage vaste kost WAW ca. 500 €/jr vs. auto ca. 4000 €/jr
    • lage variabele kost WAW 4 ct/km vs auto 20 ct/ km
    • de totale kost van de WAW is al lager dan de variabele kost van de auto vanaf 3300 km/jr: break-even op 7km woon-werk afstand), dus een velomobiel kan economisch perfect naast een fossiele auto bestaan.
    • de grote actieradius (tot ca 50 km enkel), snelheid, veiligheid en weersbescherming (4 seizoenen) van de WAW kunnen het aantal benodigde auto's verminderen, in gezinnen en zeker in bedrijven.
  • Fiscale voordelen:
    • Bedrijfswagens kunnen voor 50% tot 90% van de bedrijfskosten worden afgetrokken, een bedrijfsfiets is 120% aftrekbaar.
    • Btw voor bedrijfswagens 50% recupereerbaar, voor een bedrijfsfiets is de BTW 100% recupereerbaar.
    • Fietsvergoeding versmalt de loonwig:
      • Werkgever betaalt geen sociale zekerheidsbijdragen (max. 22 ct/km).
      • Werknemer betaalt geen personenbelasting op fietsvergoeding.
      • Werknemer betaalt geen belasting op voordeel van alle aard itt. bedrijfswagen
    • Voor grotere afstanden is het aantrekkelijk om voor een snelfiets te kiezen. "Speed-pedelecs" komen niet meer in aanmerking voor belastingvrije fietsvergoedingen ((21/03/2016). Rijwielen als de velomobiel (zelfs elektrisch) wél.
  • Extrafinanciële voordelen:
    • Publicitaire meerwaarde
    • Minderkost en aftrekbaarheid parkeerplaatsen en infrastructuur
    • Aantrekkelijkheid als betrokken werkgever
    • Minder ziekteverzuim en fittere werknemers.



De economie van groene mobiliteit

Goedkoper dan NaftTM

Vergelijking van de vaste en variabele kosten van een velomobiel en een auto.

We vergelijken de vaste en variabele kosten van een eWAW van 8000 € met een doorsnee fossiele auto, de VW Golf.




We nemen aan dat de WAW economisch een NULverbruik heeft (sport als energiebron). Voor bedrijven rekenen we twee fiscale stimuli mee: de recuperatie van de BTW voor 100%, en de inbreng als kost voor 120% (fiscale aftrek). De financieringskost is 3% volgens de methode van het gemiddeld uitstaand kapitaal. Een belangrijke factor voor de lage vaste kost van de WAW is de kleine afschrijving door een relatief hoge verkoopwaarde. Slijtende delen worden immers gestaag vervangen en het carbon-kevlar koetswerk verslijt of demodeert weinig. Zie ook de geschiedenis van onze tweedehandslijst.

We merken dat de totale kost van de WAW slechts een fractie is van de brandstofkost van een auto. Vandaar Goedkoper dan NaftTM

Berekening van de break-even afstand: 3300 km/jr.

We gaan er hier van uit dat de eWAW als mobiliteitsmiddel gebruikt wordt en niet enkel voor de sport in de vrije tijd. Dit betekent dat we de kosten van de WAW moeten afzetten tegen het alternatief, in deze berekening is dat de auto. Voorlopig komt de WAW niet in de plaats van de auto (vaste kosten auto blijven) maar rekenen we enkel dat bij gelegenheid met de WAW wordt gereden zodat er geen brandstof- of andere variabele kosten worden gemaakt.


Het break even punt wordt bereikt als er ongeveer 3300 km per jaar met de WAW wordt gereden in plaats van met de auto. De WAW is dus gratis voor bv. een zelfstandige die er 7 km woon-werk afstand mee aflegt en de auto in de garage laat (240 werkdagen/jr). Dit wil zeggen dat de besparing op brandstof vanaf dan alle kosten van de WAW dekt. Met de WAW kunnen snel, veilig en comfortabel veel grotere trajecten worden afgelegd zodat in de meeste gevallen de WAW op zich redelijk winstgevend is.

Fietsvergoeding als fiscaal instrument

De volledige BTW-aftrek en 120% aftrekbaarheid van de aanschaf is hierboven al in rekening gebracht (situatie 2012).

De fietsvergoeding is natuurlijk voordelig voor het groeiend aantal werknemers die daar sowieso recht op hebben (zie velonomics voor particulieren) maar is ook voor bedrijven een fenomenaal instrument. We kunnen de loonwig verkleinen door een deel van de verloning als fietsvergoeding te beschouwen. Dit kan bij een geplande opslag, of in onderlinge afspraak met een werknemer die voordeel heeft bij het Fietser.Plan.

De wetgeving hierover durft al eens te evolueren, kortst op de bal zit u op onze pagina 'Wetgeving'. Snelfietsen vallen niet onder de gunstmaatregelen zodra ze tot de voertuigcategorie Speed-pedelecs (bromfiets klasse B) behoren. Velomobielen en trikes, elektrisch of niet, vallen daar niet onder, blijven rijwielen en genieten dus wel van de fiscale aftrekbaarheid. Gecombineerd met de grote actieradius is de velomobiel dus een relatief grote fiscale hefboom.



Fietser.Plan

Fietser.Plan is simpelweg een concept waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die Fietser.be biedt om de Fietsvergoeding als fiscaal instrument en op een lucratieve schaal te gebruiken. Er wordt een win-win situatie gecrëerd waarbij zowel werkgever als werknemer financieel voordeel doen - naast de ecologische en fysieke en mentale gezondheidsvoordelen die voor iedereen wel duidelijk zullen zijn.

Er is een uitgebreide pagina met casussen en rekenvoorbeelden beschikbaar op Fietser.Plan.


Afhankelijk van de huidige manier waarop mobiliteitskosten gefinancierd worden, schuift de verdeling wat op, maar in principe hebben zowel werkgevers als werknemer voordeel bij dit schema. Wat de voordelen zijn voor de werkgever zien we in dit rekenvoorbeeld. Vetgedrukt is de jaarlijkse opbrengst van onze voorbeeld-casus van 20 km woon-werk, maar het blijkt dat een velomobiel voor bedrijven bijna altijd voordelig is tot zeer winstgevend.

Het moet opgemerkt dat werknemers de WAW ook naast woon-werk verplaatsingen mogen gebruiken, zonder kilometerbeperking. De WAW mag ook gecumuleerd worden met een bedrijfswagen zolang een (niet nader gespecifieerd) gedeelte van het woon-werk verkeer fietsen. Het is dus geen ramp als er eens andere vervoersmodi gekozen worden, bij hevige sneeuwval, blessure, maandagmorgens of praktische redenen, maar het rendement van het Fietser.Plan daalt natuurlijk proportioneel.


Wettelijk kader

noot: actuele veranderingen in de wetgeving worden ook bijgehouden op de pagina wetgeving.

Een werknemer betaalt vanaf 1 januari 2009 geen fiscaal voordeel van alle aard meer indien hij voor zijn woon-werkverplaatsingen van zijn werkgever een bedrijfsfiets ter beschikking krijgt. Dit kan een gewone fiets, een pedelec of een velomobiel zijn, maar geen speed-pedelec. Hij mag de fiets daarbuiten ook voor privé-doeleinden gebruiken. Het belastingvrij voordeel omvat ook de toebehoren en kosten voor onderhoud en stalling. Bedrijfswagens kan je voor 50 tot 90% aftrekken van je bedrijfskosten (naargelang van de CO₂-uitstoot van de auto), een bedrijfsfiets voor maar liefst 120%. De BTW voor bedrijfswagens is voor 50% recupereerbaar, die voor de fiets 100%.

Buiten de gratis ter beschikkingstelling van een bedrijfsfiets mag de werkgever “in cumul” ook nog een belastingvrije fietsvergoeding toekennen van € 0,22 per km zoals in de regeling met de “eigen fiets”. Deze bijkomende belastingvrije vergoeding is volgens de memorie van toelichting een compensatie voor bijv. bijkomende kosten van kledij.. Hierop zijn door de werkgever geen sociale bijdragen verschuldigd tot een maximum van € 0,15 per km (Verouderd, Brecht). Er geldt geen beperking tot een bepaald maximum aantal km per dag.

Als werkgever ben je niet verplicht om een fietsvergoeding toe te kennen aan je medewerkers, tenzij de CAO van de sector dat gebiedt. Maar er zijn een aantal goede redenen om dat wel te doen. De fietsvergoeding is een extralegaal voordeel voor je werknemer, maar tot €0,22 per kilometer is de vergoeding vrij van inkomstenbelasting. Uiteraard kan een werkgever de fietsvergoeding als bedrijfskost inbrengen. Bovendien is de fietsvergoeding vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen. Een aftrekbare kost zonder sociale lasten, dus. Vermeld wel steeds de vergoedingen die je geeft op de fiscale fiches van je werknemers.

De kosten die een werkgever betaalt om het fietsgebruik voor woon-werkverkeer aan te moedigen mogen voor 120% in aftrek genomen worden. Het betreft volgende kosten:

  • Kosten voor het bouwen of verwerven van fietsstallingen. (10 fietsen = 1 autostaanplaats)
  • Kosten voor kleedruimtes, sanitair en douches voor personeel dat met de fiets naar het werk komt;
  • Aankoopkosten van een fiets inclusief toebehoren, onderhoud en herstelling. Fietsen moeten wel lineair over drie jaar worden afgeschreven;
  • De verhoogde aftrek geldt voor kosten gemaakt vanaf 1 januari 2009.

De aftrek van 120% loopt gelijk met kosten die de werkgever maakt in het kader van gemeenschappelijk personeelsvervoer.
De bovengenoemde regels wijzigen niet indien de terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets en een eventuele fietsvergoeding samengaat met de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen. Het is wel van belang dat ten minste een (klein) gedeelte van het woon-werkverkeer in dat geval op regelmatige basis met de fiets wordt uitgevoerd. (bron)

__________

Een klant bezorgde ons begin 2012 dit artikel van advokatenkantoor Claeys & Engels, waarin de huidige situatie nog eens bondig wordt samengevat. Merci Kris.

De Bedrijfsfiets


AIs alternatief voor de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen, kan een onderneming er ook voor opteren om een bedrijfsfiets ter beschikking te stellen aan haar personeelsleden. Om het fietsgebruik aan te moedigen, heeft de wetgever een gunstige fiscale behandeling van dergelijke bedrijfsfiets ingevoerd.

I Fiscaalrechtelijke aspecten

1 Voor de verkrijger

De terbeschikkingstelling van een fiets door een werkgever aan zijn personeelsleden wordt als een vrijgesteld sociaal voordeel beschouwd (1). Het is wel vereist dat de fiets daadwerkelijk gebruikt wordt voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling (2). Ook de toebehoren bij de fiets en de onderhouds- en stallingskosten die de werkgever ten laste neemt, worden als een vrijgesteld sociaal voordeel beschouwd.
Deze vrijstelling is van toepassing zowel voor werknemers als voor bedrijfsleiders.
De vrijstelling van de bedrijfsfiets als sociaal voordeel sluit niet uit dat de werknemer voor het gebruik van deze fiets ook nog aanspraak kan maken op de vrijgestelde fietsvergoeding van 0,145 EUR per kilometer (te indexeren) (3). Dergelijke fietsvergoeding kan zijn belang behouden om andere kosten verbonden aan het gebruik van de fiets (bijvoorbeeld kledij) te dekken.

2 Voor de werkgever

Bepaalde kosten gemaakt of gedragen voor fietsen die ter beschikking gesteld worden van personeelsleden en bedrijfsleiders, inclusief toebehoren, de kosten voor onderhoud en herstelling, zijn voor 120% aftrekbaar in hoofde van de werkgever (of de vennootschap)(4).
De bedrijfsfietsen moeten wel lineair worden afgeschreven over een periode van ten minste drie jaar(5).


II Sociale zekerheidsrechtelijke aspecten

Recent heeft de RSZ aangegeven dat het voordeel dat voortvloeit uit de ter beschikkingstelling van een bedrijfsfiets is vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen in de mate dat de fiets gebruikt wordt voor beroepsmatige verplaatsingen en/ of voor woon-werkverkeer. Het privégebruik van een bedrijfsfiets geeft daarentegen aanleiding tot een voordeel onderworpen aan sociale zekerheids bijdragen.
De RSZ aanvaardt eveneens dat de bedrijfsfiets kan gecumuleerd worden met een "fietsvergoeding"(6), Deze vrijstelling geldt evenwel slechts voor een bedrag tot maximum 0,145 EUR (te indexeren) per kilometer(7) Zodoende, wanneer de werkgever een vergoeding toekent ten belope van 0,25 EUR per kilometer, zullen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn voor het gedeelte dat de 0,145 EUR (te indexeren) per kilometer overschrijdt. Voor 2011, is het maximum bedrag 0,21 EUR per kilometer.

Claeys & Engels
Juli 2011
www.claeysengels.be


(1) Artikel 38, § 1, eerste lid, 140 WIR 92
(2) Volgens staatssecretaris Clerfayt geldt de belastingvrijstelling enkel ten aanzien van het voordeel in de mate dat het verband houdt met het gebruik van de fiets voor woonwerkverkeer. Het zuivere privé-gebruik dient volgens hem te worden belast als een
voordeel van alle aard (Parl.St. Senaat 2008-09, nr. 4-1199/2). Dit standpunt is echter betwistbaar. Er bestaan argumenten om te stellen dat het privégebruik van de bedrijfsfiets, voor zover deze eveneens gebruikt wordt voor verplaatsingen tussen de woon- en de werkplaats, geen aanleiding geeft tot enig belastbaar voordeel in hoofde van de verkrijger.
(3) Bedrag voor aanslagjaar 2012: 0,21 EUR/km.
(4) Artikel 64ter, lid I , 3° WJR 92. Het gaat hier om bepaalde kosten specifiek gemaakt of gedragen met het oog op het bevoordelen van het gebruik van de fiets door personeelsleden voor woon-werkverkeer (in het bijzonder kosten verbonden aan de
constructie van een gebouw met het oog op het stallen van de fietsen tijdens de werkuren, de terbeschikkingstelling van douches of vestiaires, evenals de aankoop- en onderhoudskosten van de fietsen).
(5) Artikel 64ter, lid 3 WTB 92
(6) Zie zijn "Administratieve instructies".
(7) Artikel 19, §2, 16° van het KR van 28 november 1969, zoals gewijzigd bij KR van 3 februari 2010 (B.S. 03.03.2010)

Andere opbrengsten

Publicitaire meerwaarde.

Lees hier  meer over het publiciteitspotentieel van de WAW. Het imago van een bedrijf vaart er wel bij om met een WAW positief en vooruit denkend uit de hoek te komen. Heeft uw bedrijf notie van CO2-doelstellingen of Corporate Social Responsability, dan is een WAW het ideale uithangbord.

Infrastructuur

Er moet niet meer geïnvesteerd worden in (bijkomende) parkeerplaatsen. Alle kosten in verband met groene mobiliteit kunne bovendien voor 120% in onkosten gebracht worden: douches, kleren, fietsenberging,...

Aantrekkelijkheid als betrokken werkgever

Ook mensen zonder rijbewijs kunnen met een WAW bedrijven bereiken die niet of lastig met het openbaar vervoer haalbaar zijn. Het zegt ook veel over uw bedrijf als u aandacht heeft voor het fysieke en mentale welzijn van uw medewerkers, uit de doos durft denken, een persoonlijke aanpak op maat waardeert, en de planeet niet mee om zeep helpt.

Minder ziekteverzuim en fittere werknemers.

Werknemers met een WAW zullen u eeuwig dankbaar zijn en loyaal totterdood.

Problemen en valkuilen:

De wetgeving rond het mobiliteitsbudget is nog in de maak (6/2016, dit praktijkboek duurzame mobiliteit kan u misschien helpen).
Tot dan is het afwegen, en moet bekeken worden hoe het opschalen van fietsmobiliteit zowel voor de werkgever als de werknemer voordelig kan zijn. De fietsvergoeding is een belastingvriendelijke vorm van verloning maar die (netto-)verloning en eventueel de investering in een fiets kan een meerkost betekenen.

Wanneer er een bedrijfswagen kan uitgeschakeld worden zijn de voordelen en kostenbesparingen evident. Een bedrijfswagen minder laten rijden kan al snel rendabel zijn (vanaf ca. 7 km enkel, in de praktijk is 10 km de ondergrens) maar dat vraagt al enige verdieping. Vergeet niet dat het een fietsplan de bedrijfswagen niet uitsluit.

De berekeningen in het Fietser.plan zijn zo spectaculair omdat er van uitgegaan wordt dat de brutoloonkost kan dalen tot ieders voordeel. Helaas is de bewegingsvrijheid van de werkgevers beperkt binnen de gescleroseerde arbeidsverhoudingen in Belgie. Deze onderhandeling gaat het vlotst op een moment van aanwerving of loonsverhoging. Het helpt dat de werknemer meestal vragende partij is uit afkeer van de files, gezondheids- of milieuredenen. We verwachten dat de wetgeving hierin zal evolueren met de tijdsgeest.

Een ander probleem is de schoolmeestersreflex: als we dat voor ene doen, moeten we het voor iedereen doen. So what? Iedereen kan er maar wel mee varen. Wie wil fietsen mag dat sowieso al, wie een fancy velomobiel en véél fietsvergoeding wil krijgen, kan een opslagrondje overslaan, een bedrijfswagen laten staan... Als het mogelijk is brutoloon te verminderen voor een gelijk nettoloon plus een chique velomobiel, is elke werknemer die de keuze maakt een aanwinst voor het bedrijf.

 


Praktische aanpak:


U kan hier geweldig veel over nalezen, enkele firma's proberen u ook warm te krijgen voor leasingformules en fietsplannen, maar in de praktijk is het simpel. Kort samengevat:

  1. De firma koopt een (aantal) velomobiel(en) of elektrische fietsen aan voor PR, HR en loonlastenverlaging.
  2. De boekhouding schrijft lineair af op drie jaar, recupereert de BTW voor 100% en brengt de afschrijving voor 120% in als onkosten.
  3. De werknemer wint tijd, geluk en nettoloon. Afhankelijk van de afspraken kan de werkgever besparen op het brutoloon of extralegale voordelen.
Vanuit onze ervaring:
  1. De werknemer moet fijn vinden om te fietsen (dus velomobiel, evt. elektrisch?) en zijn eigen fiets hebben. Hoe meer file hoe beter dat werkt.
  2. Onderhoud: is voor rekening van de rijder, zie 1. Ook verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand, en pechverhelping is aangeraden.
  3. De getallen kunnen uit de klauwen lopen wegens de grote actieradius (100 km/dag is geen uitzondering = 440 €/mnd belastingvrije fietsvergoeding). Bij een nieuw contract is dit een goedkope manier om brutoloon netto te maken. Bij een bestaand contract moet het afgewogen worden tegen alternatieve transportvergoedingen, opslag of incentive. 
  4. M.b.t. fietsvergoedingen voor snelfietsen werd onlangs duidelijk dat bromfietsen/speed-pedelecs niet meer in aanmerking komen voor belastingvrije fietsvergoedingen. Rijwielen als de velomobiel en trike, al dan niet elektrisch, wél.
  5. Financiering: bij bedrijven meestal uit de kas wegens de al bij al lage budgetten en goedkoop geld. Bij schaalvergroting: financiering bedrijfsmiddelen, zelden financiële, soms operationele leasing (hebben wij zelf niet).
  6. Wetgeving fluctueert, huidige stand van zaken vindt u hier.
Comments